Tot de opkomst van Pim Fortuyn werd het "Paarse Kabinet" van Wim Kok door vriend en vijand geprezen. Maar de inkt van De puinhopen van acht jaar Paars was nog niet droog, of Wim Kok en de zijnen werden gezien als abjecte en verwerpelijke non-valeurs, die zouden worden vervangen door de "nieuwe politici" van Fortuyn.
Deze omslag in de "publieke opinie"werd begeleid door "de media", door journalisten die kritiekloos "signaleerden" wat de politici elkaar toebalkten. Niet Fortuyn maakte de "revolutie", dat deden de journalisten die te beroerd waren om feiten te controleren of om het onderscheid te maken tussen propaganda en opinie. Geert Wilders opereert inmiddels in hetzelfde vacuüm.
Na het verschijnen van De revanche van de roman. Literatuur, autoriteit en engagement, het boek dat Thomas Vaessens eerder dit jaar publiceer- de, gebeurde in de literaire journalistiek ongeveer hetzelfde. Op gezag van de schrijver werden allerlei "kwesties" voor waar aangenomen en werd het engagementsdebat - nooit verdwenen uit de literatuur - ineens als een sprankelende noviteit gepresenteerd.
Daarbij maakte Vaessens handig gebruik van de Fortuyn-truc, door een tegenstelling te verzinnen tussen de wél-geëngageerde en de niet-geëngageerde schrijvers. Onderweg hief hij het idee dat literatuur iets met stijl van doen zou hebben op, want een te grote nadruk op de stijl is een misverstand.
Gisteren zette Vaessens in de NRC van gisteren voor de zoveelste keer thee van hetzelfde engagementszakje. Deze keer is de bijna-kritiekloze journalist van dienst Elsbeth Etty, die Vaessens nagenoeg vrij spel gaf.
Twee opmerkingen wil ik hier even belichten. Allereerst:
"Mijn boek behandelt een periode waarin dat helemaal niet gebeurde (dat de literatuur een rol speelde in het maatschappelijke debat, CB): de
jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw. In de statistieken kun je
terugzien dat in romans, kritieken, maar vooral ook in de
literatuurwetenschap de ideologische, moralistische of ethische
dimensie uit de literatuur werd weggefilterd. Politiek, ethiek en
moraal werden als niet ter zake doend beschouwd. Men wilde er zijn
vingers niet aan branden."
In de jaren tachtig schreef Brouwers zijn polemieken, die hij nadrukkelijk "óók een politieke boodschap" toedichtte, schreef Komrij boeken waarin hij een aantal zaken, van architectuur en politiek tot de letterkunde, over de hekel haalde, in 1986 verscheen Mystiek Lichaam, een boek dat voor een maatschappelijke discussie zorgde, een discussie die werd aangezwengeld door de overleden zwampaal Aad Nuis. Enzovoort, enzovoort. Allemaal schrijvers die de oversteek tussen maatschappij en letterkunde maakten, of wilden maken.
Vaessens zegt iets dat niet waar is, maar net als in het geval van Fortuyn probeert hij, door de feiten te verdoezelen, zijn eigen "stelling" kracht bij te zetten. Het gaat allemaal nergens over, maar het klinkt, zo gepresenteerd, heel authentiek.
Op de vraag van Etty: En de Rushdie-affaire dan? Of de oorlog in Joegoslavië? Daar hebben
schrijvers en andere intellectuelen zich toch heftig mee bemoeid. Susan
Sontag ging naar het bezette Sarajevo om er met de bevolking Becketts
‘Wachten op Godot’ op te voeren. - zegt Vaessens: "De Rushdie-affaire was een totaal geïsoleerd geval.”
Dit is nog net iets kwaadwillender dan de vorige opmerking, want wat hij hier doet is nadrukkelijk de "internationale" context buiten beschouwing laten. Een heleboel schrijvers, vertalers, uitgevers en journalisten die óók zijn getroffen door (religieuze) terreur zullen hem dankbaar zijn, voor deze uitspraak.
(wordt vervolgd)
Laatste reacties